Interview met theatermaker Richardo L. Tuinfort

Richardo L. Tuinfort,  is theatermaker die verschillende succesvolle voorstellingen op zijn naam heeft staan. Zowel in Nederland als in Suriname. Al op jonge leeftijd kwam de in Suriname geboren creatieveling in aanraking met muziek en entertainment. In 1993 richtte hij TRC Promotion op om mensen kennis te laten maken met de schoonheid en diversiteit van niet-westerse kunst en cultuur. RBM Media was benieuwd naar het verhaal van Richardo: een ware doorzetter die vroeger ook wel eens de zwarte Joop van den Ende werd genoemd.

Je wieg stond in Paramaribo, Suriname?
“Daar ben ik geboren, ja. Ik kwam ter wereld in het Diakonessen ziekenhuis (eigenlijk voor de poort) in Zorg en Hoop, een wijk in Paramaribo. Wij waren thuis met zijn vieren: twee zussen en twee broers, inclusief mezelf.  Op mijn achtste leeftijd is mijn moeder overleden. Mijn vader heeft na haar dood ons alleen opgevoed.”

Heb je een fijne jeugd gehad?
“Ik heb een fantastische tijd gehad als kind. Een groot deel van mijn jeugd heb ik op Zorg en Hoop doorgebracht. Ons huis was gevestigd aan een zijstraat van de Brokopondo Laan. Wij speelden altijd buiten op het erf van de buren. Wij verzamelden blikjes die daar op de grond lagen en gingen daar vaak op drummen. Ik herinner mij nog heel goed dat er een keer een houten plank op het erf lag. Mijn buurman raapte die op en ging daar een gitaar uit zagen. Een cardboard gitaar, speciaal voor mij. Terugkijkend is mijn liefde voor entertainment allemaal daar begonnen. Toen mijn vader naar Nederland vertrok, bleef ik bij mijn oom in Suriname. Hij speelde de bas in een kerkkoor. Thuis bij het repeteren gaf hij mij tips waar je als koorzanger op moet letten. Mijn vader had ook broers die in een Surinaamse band speelden. Je kunt zeggen dat muziek altijd heel erg aanwezig was in onze familie. Ik vond het allemaal heel interessant en mooi.”

Wanneer kwam je naar Nederland?
“Ik kwam in 1975 naar Nederland om te studeren. Ik kwam op een LTS te zitten en maakte snel vrienden die ook met muziek bezig waren. Wij keken altijd uit naar de woensdagmiddag. Want dan waren wij vrij en dan gingen wij samen jammen in een keldertje bij ons in de buurt. Toen wij een drummer zochten, werd mij gevraagd: ‘Zou je dat niet willen doen?’ Ik had zelf totaal geen idee hoe ik moest drummen, maar dacht: ‘Laat mij het gewoon proberen.’ Ik werd daar steeds beter in en voor dat ik het wist werd ik omgedoopt tot de vaste drummer van de band.”

Muziek was altijd heel erg aanwezig in onze familie.

Wat deed je na de LTS?
“Ik heb na de LTS elektronica gedaan op de Christiaan Huygens MTS in Rotterdam. Het was eigenlijk de directeur die mij  pushte om deze opleiding te volgen. Hij had mijn cijferlijst doorgenomen en riep mij een keer op zijn kantoor. Hij zei: ‘Je hebt je LTS diploma gehaald, wat ga je nu doen?’ Ik zei: ‘Ik ga werken.’ Toen antwoordde hij: ‘Nee, jij gaat gewoon verder studeren.‘ Toen drukte hij een brochure van de Christiaan Huygens MTS in mijn handen. Ik las het door en ik dacht: ‘Waarom niet, ik kan het altijd proberen.’ Zodoende ben ik gaan doorstuderen op de MTS. Omdat ik een fascinatie had voor medisch elektronica, heb ik stage gelopen op Rijksuniversiteit Leiden en Dijkzigt ziekenhuis (Erasmus MC). Uiteindelijk heb ik de MTS weten af te ronden. Het was een vrij pittige opleiding, maar ik ben trots op het feit dat ik het gehaald hebt.”

En toen ging je de arbeidsmarkt op?
“Niet direct. Na de MTS heb ik eerst bij de marine in dienst gezeten. Daarna ben ik gaan werken voor Croon elektrotechniek. Toen ik daar werkte, werd mij een job rotation beloofd. Ik zou eerst een paar maanden buiten werken (om kabels te trekken en dergelijke) en daarna zou ik tot projectleider in de tekenkamer worden opgeleid.  Na 8 maanden buiten gezeten te hebben, dacht ik: ‘Ik ben het zat.’ Ik liep naar mijn leidinggevende en vroeg: ‘Wanneer kan ik beginnen met de opleiding tot projectleider?’ Daar was zij heel vaag over. Omdat ik aandrong op een duidelijke reden, werd ik naar personeelszaken doorverwezen. En daar gaven zij allerlei redenen waarom ik nog niet klaar zou zijn. Dat was voor mij de druppel. Uiteindelijk ging ik weg bij Croon want ik vond dat men zich niet aan de afspraken hield.”

Wat heb je geleerd in die periode?
“Het belangrijkste wat ik toen heb geleerd, is om sterk te zijn. Je moet mondig zijn zodat niemand over je heen kan walsen. Na Croon ben ik om me heen gaan kijken voor een nieuwe job. Ik solliciteerde bij Radio Correct aan de Bergweg, tegenwoordig heet het bedrijf Correct Electronics en mocht daar als servicebaliemedewerker beginnen. Nou, deze baan was niet helemaal mijn ding. Er kwamen boze klanten aan de balie en ik kreeg niet voldoende training hoe ik daar mee moest om gaan. Die mensen werden agressief, maar ik moest mij rustig houden. Ik kon dat niet, want ik kan ook aardig mijn mannetje staan. Ik dacht bij mezelf: ‘Ik kan beter ergens anders gaan werken, voordat ik echt in de problemen kom.”

Wat was toen je volgende stap?
“Ik kwam daarna terecht in een organisatie bij Gorinchem die zich bezig houdt met baggeractiviteiten. Ik begon daar als ROV pilot. Dat is een onderwatervoertuig dat wordt gebruikt om pijpleidingen die op de zeebodem liggen te bedekken. Ik was vaak op zee. En dat vond mijn vader niet zo een goed  idee. Mijn zus belde mij een keer op en zei: ‘Papa vind het niet fijn dat je op zee bent. Kom alsjeblieft terug naar huis. ’Ik kon begrijpen waarom mijn vader zich zorgen maakte. Mijn jonge broer is namelijk in het water overleden. Dus mijn vader was bang dat mij ook iets ergs zou overkomen. Enfin ik wilde mijn vader niet teleurstellen en heb besloten om terug naar huis te gaan.”

Zo te horen ben je altijd een bezige bij geweest?
“Klopt. Die werkethiek heb ik al van jongs af aan meegekregen. Ik heb vanaf mijn 15 e altijd gewerkt. Als kind kwam ik vaak bij mijn grootvader op de plantage in Commewijne. Hij had heel veel bomen. Citrusbomen, cacaobomen en dergelijke. In de vakantie moesten al de bomen gewied worden en dat moest ik doen. Ik kreeg 10 cent per boom en dat was in die tijd was dat veel verdienen. Die dingen waren mij niet vreemd. Het was zwaar werk, maar ik hield er van. Alles wat ik doe, probeer ik met liefde te doen. Ik geloof dat wanneer je iets met liefde doet, je mensen positief kunt beïnvloeden en kunt inspireren. Als mensen zien dat je met passie met je vak bezig bent, zullen ze dat waarderen.”

Wat vind jij belangrijker: geld of plezier in je vak? 
“Sommige mensen doen bepaalde dingen omdat zij geld nodig hebben. Ik heb veel dingen gedaan zonder er een cent aan te verdienen. Ik zorg dat iedereen beloond wordt voor de tijd en moeite die ze in mijn werk hebben geïnvesteerd. Als er onder de streep iets voor mij overblijft, dan is dat mooi meegenomen. Maar dat is niet mijn grootste drijfveer. Ik doe alles vanuit mijn hart.”

Ik heb veel dingen gedaan zonder er een cent aan te verdienen.

Was de oprichting van TRC Promotion ook een hartenwens?
“Ik heb door de jaren heen veel theaters bezocht. En wat ik merk is dat er vaak mensen op het podium staan die de westerse cultuur vertegenwoordigen. Daar is niets mis mee. Maar ik dacht: ‘Ik ken mensen met een niet-westerse cultuur die ook hetzelfde kunnen doen. Waarom komen zij niet ook op het podium?’ Ik besprak mijn ideeën met een vriendin van mij en op een gegeven moment namen wij het besluit om hier serieus werk van te maken. En zo is TRC Promoton in 1993 ontstaan.”

Wat was jullie eerste project?
“Ons eerste project was het Alle Tonen festival. Alle Tonen was eigenlijk een woordspeling op het woord allochtoon, een woord waar ik fel op tegen ben. Ik zie mezelf niet als allochtoon, dus ik dacht: ‘Wij gaat dit evenement Alle Tonen festival noemen.’ Het Alle Tonen festival is een multidisciplinaire happening waar verschillende culturen samenkomen om te genieten van muziek en kunst. Hoewel wij in 1993 met de aanvraag begonnen, kregen wij pas in 1997 groen licht om  het festival op te zetten! De procedure verliep erg moeizaam en wij werden tekens van het kastje naar de muur gestuurd. Maar wij gaven niet op. Uiteindelijk deden wij het Alle Tonen festival op plein 1945 naast het Maritiem Museum in Rotterdam centrum.”

Jullie kregen pas na vier jaar een subsidie. Waar lag dat aan?
“Ons geloof in het concept van het Alle Tonen festival was erg sterk. Wij wilden iets revolutionairs neerzetten. De subsidieverstrekker was huiverig om ons te helpen. Zij zeiden: ‘Jullie hebben onvoldoende ervaring en kennis om dit op te zetten. Het is een te groot risico.’  Maar ik liet mij niet uit het veld slaan.  I don’t take a no for an answer. Als je zegt dat iets niet kan, geloof ik je pas als je mij met goede argumenten kunt overtuigen. Echter, ik vond dat zij niet goed konden onderbouwen waarom ze het Alle Tonen festival niet wilde subsidiëren. Na jarenlang getouwtrek is het toch gelukt om het festival van de grond te krijgen. In dit alles heeft Conny van Klink – medeoprichter van TRC promotion- mij ontzettend goed ondersteund. Daar ben ik haar erg dankbaar voor.”

I don’t take a no for an answer.

Hoe zag de programmering van het Alle Tonen Festival eruit?
“Het welkomstwoord werd door voormalig wethouder Kombrink gegeven. Dat was een mooie toespraak.  In de programmering hadden we diverse acts waaronder Nahid Amali, Jeffrey Spalburg, die zich toentertijd The Brothers of Showbizz noemde, kunstenaar Ro Heilbron – nu wijlen- en nog vele andere. Wij hadden een hoek waar beginnende kunstenaaars hun stukken konden presenteren. Ik vind dat zij ook een podium verdienen, daarom heb ik ze ook een plek gegeven. Het festival vond buiten plaats en wij merkten dat dit veel energie, tijd en geld had gekost. Wij hadden na afloop besloten om het voortaan binnen te doen. Dus wij hadden in 1998 en 1999 het Zuidplein theater daarvoor afgehuurd. In totaal hebben wij het festival drie keer gehouden.”

Hoe reageerde men op jullie festival?
“Zeer positief. Alleen heb ik gemerkt dat er andere festivals zijn geweest die ons hebben gekopieerd. Zo is er vandaag de dag een organisatie die de naam Alle Tonen draagt, en niet precies weet waar het vandaan komt. Ik heb er nooit een zaak van gemaakt, maar ik vind het jammer dat mensen kopiëren en dat ze er totaal iets anders van hebben gemaakt. Het Alle Tonen Festival is opgericht vanuit het idee om artiesten, performers en kunstenaars – zowel bekende als onbekende – een podium te geven. Er lopen veel mensen rond die niet geschoold zijn, maar van nature een talent voor kunst hebben. Deze mensen moeten een podium krijgen en dat heb ik gerealiseerd middels het Alle Tonen Festival.”

Hoe heb jij je als theatermaker ontwikkeld?
“Door gewoon te durven en te geloven in je eigen kracht. Het grappige is dat ik zelf nooit een opleiding voor producent of regisseur heb gevolgd. Echter, ik heb altijd de wens gehad om mijzelf als self made man neer te zetten. Door veel om mij heen te kijken heb ik geleerd hoe ik dingen moet aanpakken. In het begin werd ik wel eens de zwarte Joop van den Ende genoemd. Van den Ende is al hartstikke groot in de theaterwereld. Ik ben daar nog lang niet. Maar ik geloof dat ik wel aardig onderweg ben.”

Je hebt onder TRC Promotion diverse voorstellingen georganiseerd. Als je terugkijkt, wat zijn dan je dierbaarste herinneringen?
“Lieve Hugo was voor mij het meest bijzondere en eveneens het grootste project dat  ik tot nu toe heb gedaan. Deze voorstelling is opgedragen aan de gelijknamige Surinaamse volkszanger. Naast Lieve Hugo heb ik in Suriname ook een voorstelling gedaan die is opgedragen aan gospelzangeres Mahalia Jackson. Alleen is Lieve Hugo veruit het meest succesvolle geweest. Het publiek was laaiend enthousiast en ik kreeg heel veel lof en dankbaarheid vanuit de familie. Heel bijzonder en hartverwarmend. Lieve Hugo heeft me wel veel gekost, want ik had weinig tijd voor mijn gezin toen ik er mee bezig was. Maar als je alles op een weegschaal legt, dan tellen de positieve dingen het meest.”

Wat zijn de toekomstplannen van TRC promotion?
“Ik wil de komende tijd nieuwe concepten bedenken. Daarnaast onderzoek ik de mogelijkheden om bij een theatergezelschap binnen te komen zodat ik  daar mijn kennis en expertise kan verkopen. Ik loop al een aardige tijd mee in die  scene, dus ik heb wel wat te vertellen. Naar mijn mening mag de theaterwereld wat meer doen als het gaat om diversiteit en het aantrekken van minderheidsgroepen. Het lukt niet altijd om mensen van mijn  roots naar het theater te krijgen. Dat komt omdat ze weinig van zichzelf daar terug kunnen zien. Het theater spreekt je pas aan als je iets ziet waar je zelf in herkent. Daarom wil ik organisaties op ideeën brengen om de theaterwereld inclusiever te maken, zodat er meer kleur zichtbaar is. Want dan krijg je toch een diverser beeld dan wat je nu op het podium ziet.”

Je pleit voor meer culturele diversiteit in de theaterwereld. Lopen mensen daar warm voor?
“Ik heb bij verschillende theaters gesolliciteerd om als programmeur binnen te komen. En ik merk nog altijd die weerstand voor meer diversiteit in de theaterwereld. Hun argument is vaak: ‘Wij willen wel een gemengd publiek aantrekken, maar wij vinden deze mensen niet.’ Dat vind ik vreemd. Ik heb veel theater producties neergezet waar diverse culturen komen, zowel hier als in Suriname En dat heb ik drie jaar lang gedaan. Hoe bedoel je dat je geen kleur vinden?”

Uiteindelijk ben je beloond voor je prestaties in de theaterwereld. Je kreeg vorig jaar namelijk een koninklijke onderscheiding. Hoe is dat gegaan?
“Ik heb begrepen dat je in september mensen kunt voordragen voor deze titel. Als je bent voortgedragen, gaat de commissie een check doen of je geen strafblad hebt en dergelijke. Als je daar door heen bent, moet je verschillende vragen beantwoorden. Je kunt niet uit jezelf aanmelden. Dat moet een ander voor je doen. Ik ben voorgedragen door een groep mensen. En uiteindelijk werd ik benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het grappige is dat mijn naam  al in 2011 was doorgegeven. Mijn zus had toen al samen met Conny van Klink geprobeerd mij aan te melden. Helaas, was dat toen niet gelukt. Ik geloof dat de tijd toen nog niet rijp was. Alles heeft een reden.”

Kwam je benoeming als een verassing?
“Ja, dat kun je wel zeggen. In het voortraject merkte ik dat de mensen om me heen zich een beetje anders gedroegen dan normaal.  Een week voor de benoeming werd ik door mijn vriendin haar zoon gebeld. Hij vroeg: ‘Kun je mijn mama naar het stadhuis brengen? Zij krijgt een onderscheiding en jij mag er bij zijn.’  Het klonk vreemd in mijn oren en dacht: ‘Wat voor onderscheiding dan?’ Maar ik stelde niet te veel vragen. Ik bracht haar met de auto naar het stadhuis en stelde mij gewoon afwachtend op. Toen ik naar binnen kwam, zag ik tot mijn grote verbazing ook de persoon die mij had voorgedragen, kwam ik dus later achter. Die was dus bevriend geraakt met mijn vriendin. Ik begon een argwanend gevoel te krijgen.  En toen was het moment daar dat mijn naam werd genoemd. Ik mocht naar voren komen om mijn lintje in ontvangst te nemen. Ik werd officieel benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ik was ontroerd en verrast. Een emotioneel moment. Maar tegelijkertijd voelde ik mij ook vereerd dat ik die onderscheiding kreeg. Het is een blijk van waardering. Nu ik deze titel heb, ben ik benieuwd welke deuren er nu voor mij open gaan. Ik wacht het allemaal af wat er nu gaat gebeuren.”

Wij zijn ook zeer benieuwd wat voor mogelijkheden de toekomst je zal brengen, Richardo. Wij zullen je op de voet volgen. Bedankt voor je tijd en je inspiratie. Heb je nog een laatste boodschap voor de lezers?     
‘Luister naar de stem die tot je spreekt. Houd vast aan het goede en geef steun aan mensen die het nodig hebben.’

De website van TRC Promotion is momenteel under construction. Voor meer informatie: ricardo@trcpromotion.com

1 thought on “Interview met theatermaker Richardo L. Tuinfort

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *