Throwback interview met Huggy Thomas – oprichter en eigenaar van Alakondre magazine

Hij begeleidde o.a. Marco Borsato en DJ Paul Elstak en deed het Europees management van Amerikaanse artiesten als LL Cool J en The Notorious B.I.G. In 2016 startte hij Alakondre Magazine: een lifestyle glossy die zich richt op de Nederlands-Surinaamse gemeenschap. ‘Ik wil met Alakondre Magazine laten zien hoe mooi wij Surinamers zijn’, licht hij toe. Ontmoet ondernemer Huggy Thomas.

Wie is Huggy?
“In het echt is mijn volledige naam Ricardo Edward Thomas. Ik word echter al vanaf mijn 11e ‘Huggy’ genoemd, naar ‘Huggy Bear’ Brown; één van de personages in de Amerikaanse televisieserie Starsky & Hutch in de jaren ‘70. Men noemde mij Huggy omdat ik erg op hem leek; ik was slank en lang. In het begin kon ik die naam niet uitstaan. Maar toen ik ouder werd, dacht ik: ik kan de naam Huggy gebruiken als een uniek personal brand. Ik besloot mezelf met deze naam te profileren en nu kent iedereen mij als Huggy Thomas. Als mensen nu de naam Huggy horen, gaat er direct een belletje bij hen rinkelen van: ‘aaah, dat is die gast van Alakondre Magazine’. Vanaf het moment dat ik mezelf enkel  Huggy ben gaan noemen, hebben mensen die ik zakelijk tegen kom  een soort haat-liefdeverhouding met mij en mijn naam.”

Een haat-liefdeverhouding? Leg eens uit.
“Ik heb een bepaalde manier van werken. En die manier wordt niet altijd door iedereen gewaardeerd. Ik heb jarenlang in Amerika gewoond en gewerkt. Wat ik daar heb gezien en meegemaakt, heeft mij gevormd. In Amerika moet je namelijk echt vechten voor je rechten. Je moet daar knokken tegen irrationaliteit, racisme en stereotypen. Veel meer dan hier in Nederland. Als je in Amerika in je slachtofferrol blijft zitten, kom je nergens. Je moet voor jezelf opkomen, want niets komt vanzelf naar je toe.

Sommige mensen vinden mij dus niet aardig. Ik zou bijvoorbeeld te hard zijn als het om afspraken gaat. Bij mij moet je namelijk niet met excuses komen. Of het nou privé of zakelijk is, afspraak is afspraak. Dat is één van mijn kernwaarden. Binnen de Surinaamse gemeenschap is het normaal excuses te bedenken om bepaalde dingen niet te doen. Wat dat betreft ben ik erg Amerikaans; als jij je afspraken niet nakomt, dan trek ik mij terug. Ik heb 26 jaar lang American Football gespeeld. En een hoofdcoach zei ooit een keer tegen me: ‘excuses are like assholes, everybody has one’. Die woorden zijn mij altijd bijgebleven. Als ik beloof iets te doen, dóe ik dat ook. Ik moet óf onder de trein liggen óf een heel zwaar ander ongeluk hebben gehad, wil ik me niet aan mijn woord houden. Ik vind het héél erg als ik mijn afspraak niet kan nakomen. I put my money where my mouth is. Altijd! En ik ga daar zó ver in, dat sommige mensen dat niet trekken. Die vinden mij gevoelloos. Als ik mij ergens aan committeer, zijn emoties op dat moment niet belangrijk. Ik richt mij op het einddoel. En afspraak is afspraak. Punt!”


I put my money where my mouth is.

Wat heb je allemaal gedaan vóór Alakondre Magazine?
“Al op mijn achttiende begon ik voor mezelf. Ik had eerst een snackbar en daarna een modellenbureau. Toen ik naar Amsterdam verhuisde, werd mij gevraagd of ik voor een artiestenbureau wilde werken en dat heb ik gedaan. Ik ging eerst aan de slag met de artiestenbegeleiding van Marco Borsato, later ben ik het management van DJ Paul Elstak gaan doen.

Op een gegeven moment vroeg een bedrijf mij hoe zij konden concurreren met Mojo Concerts. Mojo Concerts was in die tijd een gevestigde naam in de evenementenbranche. Het bedrijf dat mij benaderde, had een concept nodig om met Mojo te concurreren. Daar heb ik toen een plan voor gemaakt waarmee ik naar Miami mocht reizen. Toen ik daar was, viel mijn oog op een paar muzikanten die een show gaven op een festival. Vier smooth looking guys die leuk dansten en liedjes zongen over de liefde. Ik keek ernaar en dacht: dít is wat Nederland ook moet hebben. Iets nieuws, iets verfrissends! Muziek met een hoog feelgood-gehalte. Ik besloot toen om met de manager van die jongens te gaan praten en zei: ik vertegenwoordig een Nederlands bedrijf en wij willen samen met jullie concerten doen voor drie jaar lang. Kunnen wij daar een contract voor opstellen? De manager antwoordde: ‘dat kan wel, maar dan moeten jullie wel bij ons komen tekenen.’ Ik dacht: het is te veel gedoe om mijn Nederlandse collega’s naar Amerika over te laten vliegen om te tekenen. Dus zei ik tegen hem: weet je wat? Laten we het anders doen. Komen jullie gewoon naar Nederland toe, dan tekenen we daar de papieren. Ik blufte, maar de manager van die boyband ging wél overstag.

Drie maanden later kwamen ze naar Nederland. Wij maakten de papieren in orde en uiteindelijk tekende die boyband bij Summer Jive. Dat label was echt heel enthousiast. Knappe Amerikaanse jongens, mooie stemmen, luchtige liedjes, leuke danspasjes, dat móest wel slagen!  Zeven weken later hadden die jongens een dikke Nummer 1-hit in de Nederlandse Top 40. Weet je over wie ik het heb? Over niemand minder dan de Backstreet Boys. Ik heb hen drie jaar lang begeleid, voordat de groep bij concurrent Mojo tekende.”

Marco Borsato, DJ Paul Elstak, Backstreet Boys… dat zijn niet de minste namen. Ik hoorde dat je ook de grondlegger bent van het grootste R&B- en hiphopfestival ter wereld. Vertel!
“Na de Backstreet Boys ben ik me bezig gaan houden met een nieuw concept, gericht op de evenementenbranche. Mojo Concerts was marktleider, maar ik vond dat bedrijf niet goed in het opvangen en begeleiden van Afro-Amerikaanse muzikanten die in Nederland kwamen optreden. Dat kon veel beter. Ik kwam toen dus met het concept Real Hot.

Uiteindelijk kwam ik weer in VS terecht waar ik mijn plannen verder kon uitwerken. Het was in de jaren negentig, een tijd waarin R&B-muziek populair begon te worden, vooral in Europa. Europeanen waren lyrisch over R&B-artiesten en daar zag ik winst in. Dus ik werkte mezelf op en kreeg uiteindelijk drie jaar lang het Europees management van grote Amerikaanse muzikanten in handen. Ik mocht zelf beslissen waar en wanneer Amerikaanse artiesten in Europa mochten optreden. Dat deed ik dus voor o.a. Biggie, Az Yet, LL Cool J, Jagged Edge en Blackstreet.”


In Alakondre Magazine schuif ik mensen naar voren die onze rolmodellen zijn.

Jij hebt de allergrootste R&B- en hiphopshow ter wereld georganiseerd en veel mensen weten niet dat die gewoon in Rotterdam heeft plaatsgevonden. Het ‘Real Hot Festival’ was in het voetbalstadion van Feyenoord, in De Kuip. Tot twee keer toe zelfs, in de zomers van 1996 en 1997. De eerste keer kwamen er  22.000 mensen op af, de tweede keer zelfs 33.000 mensen. Hoe kijk je terug op die periode?
“Och, ik deed gewoon mijn werk.  In die tijd was er geen internet en geen social media en daarom weten weinig mensen dat ik achter deze initiatieven zat. Ik werkte gewoon mijn concepten uit en had geen behoefte om in de schijnwerpers te staan. Naast Real Hot heb ik aan veel  andere evenementen meegewerkt. Neem bijvoorbeeld De Nacht Van Oranje in Rotterdam. En zo kan ik nog tien andere dingen opnoemen. Al deze concepten hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben.”

Wat is de boodschap die je met Alakondre Magazine wil uitdragen?
“Dit blad is een zelfreflectie voor de Nederlands-Surinaamse gemeenschap. Ik wil mijn landgenoten laten zien hoe mooi wij zijn. Het is ons ego dat ons kapot maakt. In Alakondre Magazine schuif ik mensen naar voren die onze rolmodellen zijn. Surinaamse helden. Mensen waar wij ons mee kunnen identificeren.

Het probleem is dat men nooit over Surinaamse helden praat. In Amerika praat men constant over zwarte helden. Waarom? Omdat de zwarte bevolking daar achter staat. Ze hebben geëist dat de maatschappij aandacht besteedt aan Afro-Amerikaanse helden. En dat gebéurt dus ook, kijk bijvoorbeeld maar naar de Martin Luther King Day. En wat hebben wij? Als ik je vraag een paar Surinaamse helden op te noemen, hoe ver kom jij dan? Dat is toch ronduit belachelijk? Heb jij bijvoorbeeld ooit gehoord van Jan Ernst Matzeliger? Dat is een Surinamer en hij heeft de schoenzwikmachine uitgevonden. Een machine die ervoor zorgde dat op een veel goedkopere manier een bovenschoen en schoenzool met elkaar verenigd konden worden. Uiteindelijk leidde dat tot de komst van gymschoenen en sneakers. Baanbrekend dus! En er is haast niemand die hem kent, laat staan érkent! In Amerika zijn er postzegels waar zijn gezicht op staat. Hoe grappig is het dan dat men hem wél in Amerika kent, maar niet hier? Ander voorbeeld: weet je hoeveel Surinaamse verzetshelden er hebben meegevochten in de tweede wereldoorlog? Surinamers die meevochten met Nederlandse soldaten tegen het regime van de Duitse nazi’s? Ook daar is weinig tot niets over bekend.”

Hoe kunnen wij het best onze helden uit de anonimiteit halen?
“De eerste stap is het herschrijven van de geschiedenis. Als je naar Amerika kijkt, zie je dat ze daar al mee zijn begonnen. Er zijn veel Afro-Amerikanen die baanbrekend werk hebben geleverd. Op het gebied van technologie, uitvindingen, etc. Daar hebben ze nooit erkenning voor gekregen. Er is nu een bewustwordingsproces gaande waarbij men denkt: deze mensen zijn belangrijk geweest in de Amerikaanse geschiedenis. Hun werk moet dus benoemd worden.

Ik geloof in de kracht van erkenning. Wij Surinamers zijn niet gewend om complimenten te geven. We zijn niet gewend om tegen elkaar te zeggen: ik ben trots op je. Wanneer zei jij voor het laatst tegen je ouders: ‘mama, papa… ik houd heel erg veel van jullie?’ Zo zijn wij niet opgevoed. Mijn dochter is nu negen jaar oud. Elke keer als ik haar zie, zeg ik: ik ben zo blij dat ik jou zie. Het is maar een kleine zin, maar zó essentieel voor het zelfvertrouwen van dat kind. Wij zijn niet zo opgevoed, omdat onze ouders zich constant zorgen maakten om of wij het wel gingen redden of niet. De motivatie is om hard te zijn. En onze ouders zijn vergeten om dat stuk aan ons mee te geven. Daar kan ik emotioneel om worden. Via Alakondre Magazine wil ik laten zien dat het okee is om mensen in het zonnetje te zetten. Dat wij trots op elkaar mogen zijn.”  


Het feit dat ik Surinamer ben, geeft mij de kracht en energie om van niets íets te maken.

Waar ben jij verder nog meer trots op?
“Ik ben trots op mijn Surinaamse identiteit. Het feit dat ik Surinamer ben, geeft mij de kracht en energie om van niets íets te maken. Toen mijn ouders van Suriname naar Nederland emigreerden, hadden zij niets meegenomen. Kun je je voorstellen wat voor struggles zij hebben meegemaakt? Zij moesten huis en haard verlaten om naar een vreemd land te gaan en zich daar staande te houden. Toch is het hen gelukt mij als jochie naar school te kunnen sturen zodat ik mijn diploma’s kon halen. En kijk wat ik nu ben: een volwaardig, geïntegreerd burger met een eigen bedrijf én een eigen tijdschrift. Als het hén is gelukt om van niets iets te maken, waarom zou het míj dan niet lukken?”

Wat is de kracht van Alakondre Magazine?
“Wij vechten voor geloofwaardigheid. Het blad is opgericht in 2016. We zijn inmiddels elf edities en bijna drie jaar verder. De uitdaging is dat mensen ons als een volwaardig tijdschrift gaan zien, een serieuze speler in de bladenwereld. Men heeft het beeld dat Surinaamse initiatieven het niet lang volhouden. Ze bestaan voor een tijdje en dan bloeden ze dood. Er zijn geen kwalitatief hoogwaardige Surinaamse magazines met een levensduur van twintig jaar. Dát beeld wil ik doorbreken. Mijn streven is: hoe overleef ik de eerste vijf jaar? Als ik over vijf jaar nog sta, dan is Alakondre Magazine erkend en dan worden wij gezien als een volwaardige speler.

Ik doe Alakondre Magazine niet voor mezelf. En ik al helemáál niet voor financieel gewin. Mijn drijfveer is te laten zien hoe mooi wij Surinamers zijn. Wij weten allemaal met welke vooroordelen Surinamers te maken hebben. In de tiende editie heb ik Ronnie Brunswijk op de cover laten zetten. Heel bewust gedaan. Brunswijk staat bij veel mensen bekend als een controversiële man. Onbetrouwbaar en gemeen, een politiek figuur die mogelijk moorden op zijn geweten heeft. Maar ik vind het juist interessant om die ándere kant te belichten. Brunswijk is de leider van de marrons. Hij kwam op voor de rechten van de boslandcreolen. Hebben mensen dáár wel eens over nagedacht? Verdient dát dan geen aandacht? Ik vind van wel. Hij is een volbloed Surinamer, net als ik! Als ik hem lelijk maak, dan maak ik mezelf ook lelijk. Want hij is net zo goed Surinaams als ik.

In de Surinaamse kranten lezen we al genoeg verhalen over moord, corruptie en politiek gekonkel. Ik wil een tegengeluid laten horen. Negatieve zaken geven geen meerwaarde aan een lifestyle magazine als Alakondre. De boodschap die wij brengen is de uitstraling van schoonheid en positiviteit.”

Alakondre is een trigger voor meer.

Wanneer ben je dan tevreden?
“Als Surinamers mijn initiatief breed ondersteunen. Ik droom ervan dat Surinamers zichtbaarder worden via meerdere mediakanalen. Radio, televisie, social media, internet… Ik hoef die kanalen niet te bezitten, het belangrijkste is dat ze bestáán. We moeten ze alleen meer gaan gebruiken. Alakondre Magazine is een trigger voor meer. Een trigger is echter nog geen schot. Het is een vonk die een nieuwe beweging in gang moet zetten. Er is zo veel meer wat Suriname kan bereiken. Alakondre Magazine is pas het begin.”

Heb je nog een laatste boodschap voor de lezers?
“Mensen denken dat ik het belangrijk vind om aardig gevonden te worden. Dat boeit mij totaal niet. Vind van mij wat je wil, ik lig er niet wakker van. Ik vind het veel belangrijker dat je mijn werk erkent en respecteert. Ik doe alleen wat ik leuk vind. Maar wat ik ook doe, ik doe alles met liefde. Dat is de rode draad in alles wat ik onderneem.”

Meer over Alakondre Magazine
website
Facebookpagina


Interview & tekst: Ruben Monkau

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *